
Lieve baas,
Geef mij te eten en te drinken en zorg steeds voor mij.
Is de dagtaak volbracht,
geef mij dan onderdak, een schoon bed en een ruime box.
Spreek veel tot mij, wees goed voor mij.
En ik zal u met vreugde dienen en van u houden.
Spaar mijn gevoelige mond,
gebruik geen zweep als ik mijn best doe.
Wees niet ruw als ik u niet begrijp,
maar geef mij de tijd om u te leren begrijpen.
En als u tevreden bent over mij,
laat mij dan in uw tevredenheid delen.
Denk niet dat ik ongehoorzaam ben als ik niet naar uw hulpen luister.
Misschien is er iets niet in orde met het tuig, of hinderd mij iets.
Dat kan ik u immers niet vertellen.
Onderzoek mijn mond als ik niet eet,
mogelijk heb ik een zieke tand.
U weet wat dat een pijn kan doen.
zet mij niet vast en coupeer mijn staart niet,
het is het enige wapen wat ik heb tegen vliegen of andere insecten.
Let op dat ik niet op de tocht of te warm sta,
zonder uw hulp kan ik mij gewoonlijk niet verplaatsen.
En tot slotte lieve baas,
als ik u niet meer tot dienst kan zijn,
laat mij dan niet verhongeren of kou lijden en verkoop mij niet.
Geef mij geen nieuwe baas die mij langzaam doodmartelt
en mij onvoldoende eten geeft.
Maar wees goedhartig en geef mij een vlugge barmhartige dood.
Laat mij dit alles aan u vragen en beschouw het niet als oneerbiedig als ik dit toe.
In naam van haar die in een stal werd geboren.




